De Emsterenk
Een van de grote enken in Nederland is de Emsterenk. Aan de Laarstraat is aan de rand van de deze enk een wildwal met bijbehorende gracht nog goed in tact.
Wanneer zijn de enken ontstaan en wat is de functie geweest?
Enken zijn de landbouwgronden van de boeren en ontstaan al in de middeleeuwen.
In de middeleeuwen worden zogenaamde markengenootschappen opgericht, die de toegang tot de woeste gronden in de omgeving en het gebruik van de enken regelen. Voor de landbouwers is het lidmaatschap van een marke een noodzaak, want op de arme zandgronden is boeren zonder gebruik van deze woeste gronden vrijwel onmogelijk. De landbouw op het zand in vroeger tijden kent namelijk twee grote problemen: gebrek aan meststoffen en onkruid. Heideplaggen van de woeste gronden worden eeuwenlang gemengd met mest uit de potstallen en op de enken gebracht om de vruchtbaarheid te vergroten. Langzaam maar zeker komen de enken steeds hoger in het landschap te liggen. Dat is bij vrijwel alle enken in de gemeente Epe goed te zien. De enken worden beschermd tegen wildvraat door middel van zogenaamde wildwallen en grachten. Aan de Laarstraat in Emst is hiervan een mooi voorbeeld te zien.
Er zijn verschillende redenen waarom enken bijzondere aandacht verdienen en het ook waard zijn om beschermd te worden. Ze zijn eeuwenlang de spil van het boerenbedrijf in de gemeente Epe geweest en daarmee van de voedselvoorziening van de bevolking. Ze zijn deels bewaard gebleven en vanwege hun ouderdom en huidige aanwezigheid zijn deze akkercomplexen van grote cultuurhistorische waarde. Ook in landschappelijk opzicht is met name het open landschap van de enken waardevol, niet alleen omdat het een oud historisch beeld is, maar ook omdat het de karakteristieke samenhang van dorpen/buurtschappen en de enken laat zien. Tevens zijn de enken vanouds een symbool voor de vroegere wisselwerking tussen het individu en collectief. Hoewel elk perceel een individuele eigenaar heeft, is samenwerking een sleutelbegrip voor het gebruik. De enken kunnen we tevens zien als een archeologisch en landschapshistorisch archief. In de ondergrond zijn ongetwijfeld sporen te vinden van vroeger gebruik en bevatten de akkerlagen van veel stuifmeel en zaden van vroegere akkerplanten.
Cultuurhistorische kenmerkenkaart (RAAP). De wildwal (houtwal) is opgenomen in bovenstaande kaart.
Zoals het nu is.